INTERVIEW DIENEKE LEMMEN


Onderstaand verslag is een samenvatting/weergave van het gesprek dat Tiny Huberts en Carla Meijers op 8 mei 2017 hadden met Dieneke Lemmen in de woonplaats van Dieneke, Helden.


Op 30 maart 1887werd Maria Petronella Janssen (de moeder van Dieneke) geboren in Meterik op de St Jansstraat. Pieter Jan Lemmen (de vader van Dieneke) werd geboren op 17 april 1885 in Hegelsom.

Ze zijn getrouwd en kregen twee jongens Jeu en Martien en twee meisjes Dieneke en Gerda. Dieneke vertelt dat haar vader boeren- en tuinderswerk gedaan heeft. We hebben altijd op het land gewerkt en we hadden 3 koeien en jongvee. Op het land waren veel spekbonen, die we in zakken van 20 kg. moesten doen en later in kisten. De rechte bonen in de lengte in de kist en de kromme in de breedte van de kist en dan waren er ook nog struikboontjes en aardappelen. We hadden het soms heel druk. Aan huis werden ook eieren verkocht. En dat jaren lang voor iedereen in de buurt die daar behoefte aan had. Er waren 2 dezelfde woningen naast elkaar gebouwd vroeger en één woning is al lang geleden afgebroken en daar heeft Grad en Coba Baltussen een nieuwe woning op gebouwd. Deze twee woningen zijn gebouwd door opa Janssen, de vader van mijn moeder, want mijn moeder is in dit huis geboren. Er is ook nog een ‘tummerhuuske’ vast aan het huis geweest. Mijn moeder had nog 1 zus, Tante Trien en een broer Willem en dat was Maurice Willem.

Met Kerstmis mochten we altijd bij broer Jeu op bezoek en eten. (Jeu is de oudste broer, geboren 9 december 1923. Priester gewijd te Roermond 10 maart 1951, studie te Leuven van 1951 tot 1954, docent filosoficum bisdom Roermond 1954, docent hoogleraar voor Theologie en Pastoraal 1966, overleden te Heerlen 1 april 1982 op 59-jarige leeftijd. Begraven op het kerkhof van de H.T.P. op 5 april 1982.)

De laatste Kerstmis was Jeu al ziek, en net voor Pasen is hij overleden. Na Jeu is broer Martien geboren en na 1 jaar is hij overleden door een hartkwaal. En toen is Dieneke geboren op 3 september 1926. Gerda is op 29 maart 1929 geboren en overleden 18 maart 2017. De jongste broer Martien is 16 februari 1931 geboren en 25 december 2000 overleden in het ziekenhuis in Venray.

Ik (Dieneke) heb altijd thuis gewerkt. Was vroeger bij de Jonge Garde en de boerinnenbond. Toen ik getrouwd ben met Frits Lemmen ben ik gestopt bij de boerinnenbond. We kregen 3 kinderen, twee jongens en een meisje. Mijn vriendinnen waren To Peters en Marietje van de meister, samen gingen we dansen in Hegelsom.

Gerda heeft veel voor de Meterik betekend. Ze was bij Meriko en is ook lange tijd kerkmeester geweest en voor nog verschillende verenigingen heeft ze veel gedaan. Haar vriendinnen waren Peet Bovee, Marie Linskens, Helma Verstappen, Bets Jenniskens, Dien Weijs, Nel Mooren, allemaal vriendinnen gebleven vanuit de vrouwenbond.

Martien had zijn fanfare en de toneelclub. Buurjongen Hay Tacken vertelde dat hij ook Martien Lemmen wilde zijn, hij wilde ook zo goed kunnen trommelen. Martien had boven op zolder een houten stoel helemaal kapot geslagen met oefenen. Die van de meister (meester Janssen de Ponti) kwamen iedere morgen een paar liter melk halen want iets weg mieteren dat kon niet.

Een naaimachine hadden Gerda en ik ook maar daar doen we nu niks meer mee. We gingen naar de naaischool bij de zusters. Zuster Bonifatius en zuster Stifanilla en zuster Roza.

Toen ik voor het eerst naar de lagere school ging en ergens in de rij stond was ik heel bang voor de school. Marietje van de meister en Hezen Mien zaten in dat klasje. We hebben de eerste communie ook gedaan, en de plechtige communie ook, en toen kreeg ik van moeder ene knapkoek, en dat vond ik geweldig. We gingen ook op zaterdag naar school en dan mochten we altijd tekenen en leuke dingen doen. Gerda nam die van Tielen mee naar school, maar later niet meer want die renden over het kerkhof naar huis en daarvoor schaamde Gerda zich. Zuster Theresia was niet sterk, maar dat was wel een goede zuster. Als die kwam, dan was ik blij. Er is nog ergens één foto van school; Gerda van de kleuterschool en ik van de eerste klas.

Onze buren vroeger waren Tacken en Latte Betje, en die hadden een dochter Nellie en die verkochten vroeger suiker en andere kruidenierswaren. En dan Baltussen en Dora van den Akker tegenover Horstes Driekus waar nu gymzaal is, in het vroegere schoolhuis. Daar heeft Dora gewerkt vroeger. En de boterfabriek was hier ook nog, en daar was Martens Lotje (Tacken) baas. Later ook directeur in Horst. Hesen Tien heeft daar ook gewerkt. ‘s Zondags gingen de boeren daar hun geld halen, van de melk die ze door de week daar heen brachten. Ze maakten daar boter en slagroom. Moeder is een keer heel erg ziek geweest en toen moest die slagroom eten. En Martien heeft een keer een karrad over zijn voeten gekregen. Ze gingen daar paardendrollen vangen maar hij had gelukkig dikke schoenen aan.

Toen de zusters kwamen werden de jongens apart gezet op school. Alles hadden we in de Meterik. Als vader een nieuw pak nodig had, dan kwam Snejer ziene Baer (Smulders) 1 x in het jaar een pak aanmeten.

Toen Ome Willem (Maurice Willem) stierf in 1941 zeiden die van Gerardts dat alles van hun was, de timmerwerkplaats. Maar dat is niet gebeurd. Maurice Mart en Jac zijn verder gegaan als timmerman en later Jac met de kassenbouw in 1953.

Mijn broer Martien zijn vrienden waren Jaer Verstappen, Piet Peters, Antoon en Jan Tielen. Martien heeft altijd thuis gewerkt. Hij was bij de toneelclub en fanfare, en ging ‘s zondags bij Kleuskens toepen. Sinterklaas, dat was een mooie tijd. Dan ging de wekker mee naar bed, en wij konden niet slapen. Ik heb geprobeerd die traditie met de kinderen voort te zetten, maar dat lukte niet lang.

Nieuwe kleding kregen we voor de ‘hoge dagen’, als het vroor kreeg ik nieuwe kleding, of met de feestdagen.

Horsters Driekus woonde tegenover ons, dat was een ‘heerboer’, “Die dachten aan mooie dingen, en niet aan slechte dingen”.

De oorlog hebben we ook meegemaakt. Toen zijn we gewoon thuis gebleven. Er was genoeg eten. We zijn een keer geëvacueerd naar familie in de Hegelsom. En toen ze ‘die menner’ kwamen zoeken vond ik dat heel akelig. De Duitsers waren aan het verliezen. Of ze het front lieten komen, iedereen moest weg. Maria en Mina Tacken wilden niet weg, maar moesten wel. Er was nergens iets te doen voor de jeugd. Het vee bleef gewoon in de wei en een paard hebben we nooit gehad. Er was via een vereniging te regelen om het land te ploegen. Op de vraag of ze een lieve vader en moeder had zegt Dieneke: “Jazeker, ik heb er nooit last van gehad. Ik denk dat aan de Meterik iedereen goed was. Echtscheidingen nooit gehad en handwerken overdag. Maar nu kun je niks meer maken. ‘s Avonds voor het eten de rozenkrans bidden, dat deden ze overal”.

Vroeger als we naar Heel gingen, was hetzelfde als emigreren. Gerda ging wel eens op de fiets daar op vakantie. Dat was ver weg. We zijn ook wel eens met de bus geweest en er woonden veel neven en nichten. Mijn moeder is de zus van de moeder van al die nichten en neven. Er was een Maria, Gerda, Nellie, Harrie, Martien, Jeu, Jac, Mien, dat was een kloosterzuster, en Lowie.

Als het goed weer wordt, ga ik weer naar de kerk. Ik heb wel een gezegende leeftijd van 91 jaar. En dan ga ik nog niet graag dood.

Alleen buiten zitten is ook niks aan. De buren zeggen dat wel eens, maar het is zo heet achter het huis, daarom zit ik er niet graag.

Vroeger slachtten Toon en Theike Driessen maar Toon was niet zo goed als Theike. We moesten water stoken, heet water moesten ze hebben. Maar dat mag nu niet meer. Zelf ‘karboet’ maken, en alles uiteen snijden. Het is veel werk wat jullie doen.

En zo eindigen we dit gesprek.

Onderstaand de gedachtenis prentjes van de Fam. Lemmen, want op het moment van publicatie is alleen Dieneke nog in leven.







195 keer bekeken