HERINNERINGEN UIT DE OORLOGSJAREN VAN HAY VAN RENGS


Hay van Rengs (Sint Jansstraat 39) vertelde in 2016 zijn herinneringen aan de oorlog.


1936

Hay is in 1936 geboren; toen de oorlog in 1940 uitbrak was hij 4 jaar.



1939

In 1939 was moeder op 29-jarige leeftijd overleden bij de geboorte van Mary, het 7e kindje. Na het overlijden van moeder zorgde tante Fien voor de kinderen.

1940

Mijn zusje Mary is ongeveer een jaar later (in 1940) ook overleden. Ik woonde ten tijde van de oorlog in gebied M. Nu heet die straat de Speulhofsbaan, toen was het M 76. Wij woonden ten tijde van de oorlog waar nu Van Neerven woont, op Speulhofsbaan 50. De bijnaam voor de familie Van Rengs was ‘Pieten’. Mijn vader was Pieten Bert. Ik woonde daar samen met mijn vader Bert van Rengs en 6 broertjes en zusjes. Bert van Rengs had 7 kinderen: Truus, Mien, Stien, Chris, Hay, Toos en Mary. Na het overlijden van moeder zorgde eerst tante Fien voor de kinderen, daarna kwam tante Trui. Tante Trui had verkering met een soldaat die ten tijde van de mobilisatie was opgeroepen. Deze soldaat had het geluk dat hij, samen met veel andere militairen, naar Engeland ging. Daar is hij uiteindelijk kok geworden bij koningin Wilhelmina, die tijdens de oorlog in Engeland verbleef. Toen deze soldaat na de bevrijding in 1945 uit Engeland terug kwam, is hij in de herfst met tante Trui getrouwd. Mijn vader, Bert van Rengs, is in mei 1944 voor de 2e keer getrouwd. Uit dit huwelijk is nog een dochter geboren: Gerda. Als kleine jongen maakte Hay de oorlog wel bewust mee, maar er was ook een soort van gewenning; het leven ging gewoon door. Hij herinnert zich dat vader Bert hem, bij mooi weer, wel eens uit bed haalde om samen naar de vliegtuigen te kijken. Richting Horst, op de Kranestraat hadden de Duitsers zoeklichten opgesteld. Als er vliegtuigen over kwamen vliegen schenen die zoeklichten in de lucht en probeerden het vliegtuig in het licht te houden. Als het vliegtuig verder vloog nam een ander zoeklicht, dat verder weg stond opgesteld, het over. De in Venlo opgestelde nachtjagers van de Duitsers gingen dan de lucht in en probeerden het Engelse of Amerikaanse vliegtuig uit de lucht te schieten. Ook overdag waren er vaker luchtgevechten en het gebeurde ook dat een trein werd beschoten. Als kind zag en hoorde je dat, maar het leven ging door!



1944

September 1944 Hay herinnert zich nog dat in Meterik achter het klooster een vliegtuig is neergestort. Het vliegtuig kwam heel laag over de Speulhofsbaan en stortte neer. Toen er jaren later achter het klooster woningen zijn gebouwd lagen er nog stukken van het vliegtuig. Hay heeft enkele stukken meegenomen en die naar Edie Pouwels gebracht. Deze heeft op de Swolgensedijk in Melderslo een klein museum ingericht. Het draagt de naam ‘Oorlog in de Peel’ en heeft als thema de oorlog in deze regio. Een pak ‘oorlogstabak’ heeft Hay nog bewaard.

Oktober 1944 Op 12 oktober 1944, de dag dat Horst werd gebombardeerd was Hay met een vriendje op weg naar Horst om op de Venloseweg beukennootjes te gaan rapen. America was ’s middags omstreeks 2 uur al gebombardeerd en toen ze halverwege Horst waren werd Horst gebombardeerd (omstreeks 4 uur). De beide jongens liepen door en toen ze in Horst aan kwamen kenden ze Horst niet meer terug. Vooral de dikke lagen stof op de vensterbanken maakten indruk. Ze waren zich er niet zo zeer van bewust dat thuis iedereen erg ongerust was! November 1944 Lei van Rengs (Pieten Lei), een 11 jaar jongere broer van mijn vader, was bij mijn vader Bert geëvacueerd. Ome Lei was er samen met zijn eerste vrouw An, die later ook is overleden bij de geboorte van een kindje. Ook Grad Hermans uit Meterik (voor mij was dat ome Grad, hij was met An van Rengs getrouwd) woonde tijdelijk met zijn vrouw en kinderen (Mia, Chris, Mart, Truus en Gonny) bij ons in huis. Ze verbleven vóór in de kamer. Om zich schuil te houden voor de Duitsers was er een schuilplek in huis gemaakt. De families zaten in de kelder maar de mannen lagen op zolder. Ze lagen plat boven op het plafond van de slaapkamers, onder de nok van het dak. Hier verstopten Bert en Lei van Rengs en Grad Hermans zich als dat nodig was. 17 november 1944 Op 17 november 1944 hielden de Duitsers weer een razzia. ’s Morgens vroeg kwam onverwacht de Grüne Polizei. Grad Hermans lag, samen met zijn hele gezin voor in de slaapkamer. De kinderen gingen bovenop Grad liggen waardoor de leden van de Grüne Polizei hem niet opmerkten. Toen de Duitse soldaten weg waren probeerden Bert en Lei van Rengs te vluchten. Ze trokken een lange overjas aan en deden een rode hoofddoek om alsof ze vrouwen waren. Helaas…. nauwelijks 100 meter van huis af hadden de Duitsers hen te pakken. Ome Grad Hermans wilde eigenlijk ook mee vluchten, maar hij kon niet zo snel lopen. Bij de kippenkooi draaide hij zich al om en ging terug naar huis. Daardoor ontsnapte hij aan de Duitsers; hij is niet opgepakt. Nadat Bert en Lei door de Duitsers waren opgepakt werden ze meegenomen naar de kruising Hazenkampweg – Hillenweg – Speulhofsbaan waar de opgepakte mannen bijeen werden gebracht. Van daaruit moesten ze naar Venlo lopen. In Venlo werden ze op de trein gezet, die richting Wuppertal ging. In Breyl werd de trein beschoten door Engelse vliegtuigen. Daarom werd de trein stop gezet; iedereen moest er uit. Het was een moment om te ontsnappen en in het tumult raakten Bert en Lei elkaar kwijt. Hij werd in de buurt van Wuppertal te werk gesteld aan het spoor. Hij vertelde later: “Als wij een hele dag aan het spoor hadden gewerkt en de volgende dag terug kwamen, kwam het vaker voor dat de spoorrails die wij gelegd hadden rechtop stonden door bombardementen van de Engelsen. Wij konden dan weer opnieuw beginnen.” 1944 Vader Chris van Rengs (mijn opa) woonde ten tijde van de oorlog bij zijn zoon Lowie van Rengs (Pieten Lot) in het huis waar nu ‘De Vrolijke spreeuw’ is gevestigd (Americaanseweg 107). Lowie was getrouwd met een mevrouw van Aerts uit Hegelsom, daarom waren zij bij Aerts op de Bosstraat geëvacueerd. Op een dag zat opa Chris van Rengs met de kleine Mieke van Louis van Rengs op schoot. Op de Campagneweg/Hazenkampweg stond Duits artillerie richting Griendtsveen. De Engelsen wilden die artillerie uitschakelen maar de door hen afgevuurde granaten vlogen te ver en troffen huizen in de Bosstraat. Helaas vielen daar veel slachtoffers. Een granaat die was afgevuurd raakte opa Chris; de granaatscherven gingen dwars door zijn arm en borst heen. Wonderwel raakte het kleine meisje niet gewond. Chris daarentegen was zwaar gewond. Hij werd door Grad Logtens op een kar naar het ziekenhuis in Horst gebracht waar hij overleed. Lei en Bert van Rengs wisten niet welk drama zich in Hegelsom had afgespeeld.


1945


Lei van Rengs heeft in Duitsland bij een boer gewerkt en was in februari 1945 weer terug.

Mijn vader Bert werd meegenomen naar Wuppertal en kwam in 1945 met Pinksteren terug.

Toen vader Bert na de oorlog uit Duitsland terugkwam (hij werd met een Canadese legerwagen thuis afgezet) hoorde hij het vreselijke nieuws dat zijn vader was overleden. Vader Bert zag er slecht uit. Hij was mager geworden en had een snor. In een houten koffer had hij enkele schamele spullen, zoals zijn schoenen. Verder droeg hij een rugzak op zijn rug, waarin hij nog een souvenir had: een mes van de Hitlerjugend, de Duitsers hadden dat aan hun riem hangen.

Eigenlijk was Bert in april bevrijd en had hij eerder naar huis gekund, maar omdat de bruggen over de Rijn kapot waren kon hij niet eerder de thuishaven bereiken. De laatste maand heeft hij in vrijheid in Duitsland bij een boer gewerkt.

Het mes dat vader Bert bij zich had. (Hay maakte er later zelf een opbergkistje voor)