1948

Rond de Kerst is Jeu is zelf ook in een gevecht terecht gekomen bij een politionele actie van Soehartoe toen commandant, later is hij president geworden. Daarbij heeft hij ook beschietingen meegemaakt, van de 22 foerage konvooien hebben ze 18 keer een beschieting gehad. Hierbij is medesoldaat Verstegen gesneuveld. De weg die het konvooi moest volgen was 30 km. lang en liep langs een rivier, er werden dan gaten in de weg gegraven als hindernis die dan weer door de bevolking dicht gemaakt moesten worden. Bij een aanval was ook de afspraak binnen hun groep dat een groep links en de andere rechts zou vluchten.

Foto met Jeu Billekens gemaakt op Tarakan mei 1948

 

Jeu herinnert zich nog een situatie waarbij hij het reserve magazijn v/d “bren” (een volautomatische lichte mitrailleur) bij zich had en bij de medesoldaat moest blijven. Plots hoorden ze een harde knal, er werd een trekbom afgetrokken waarbij een boom over de weg viel. Jeu en de compagnon zochten veiligheid maar toch werd zijn compagnon door twee scherven geraakt.

In totaal zijn er 24 soldaten omgekomen in bataljon 3-11-RI.

Ook was er een iemand die overliep, hij hing overal briefjes op dat de andere Nederlandse soldaten dat ook moesten doen. Er werd jacht op die persoon gemaakt maar ze kregen hem niet te pakken. Deze man had achteraf wel gelijk, maar men wist niet beter.

In de periode dat Jeu in Oost-Indië was heeft hij wel een wapenstilstaand meegemaakt, maar de soldaten keerden terug naar Nederland toen de oorlog afgelopen was.

Oost-Indië werd niet zelfstandig toen Jeu daar was, maar er gebeurde daar verder niets meer. “Men had er met een andere intentie naar toe moeten gaan” aldus Jeu.

Vanuit de Nederlandse regering werd er weinig tot geen nazorg aangeboden. Soldij fl. 52,00 (zakgeld en gevarengeld) en fl.10,00 per maand als je in Oost-Indië  was geweest. Dit geld werd uitgekeerd toen de soldaten weer terug in Nederland waren. En enkele jaren daarna ontving Jeu nog fl.1000,00 waar men veel moeite voor heeft gedaan om deze te krijgen. Tijdens hun verblijf in Oost-Indië werd het geld in roepia uitbetaald zodat het niet gewisseld hoefde te worden.

Met dit geld kon je niet veel, er werd wel handel gedreven. De marine had Amerikaanse sigaretten en dan kregen we drie sloffen. Een hield je zelf en twee waren er voor ‘de chinees’, waar de soldaten dan gingen eten.

Na 40 maanden, op 18 december 1949, begon de terugreis op het schip ‘De grote beer’, waarmee zij op 08-01-1950 weer in Nederland in Amsterdam aankwamen. Van daaruit werden ze met de bussen naar hun eigen woonplaats gebracht. De kist met persoonlijke spullen werd nagestuurd.

 

Share on Facebook
Share on Twitter
Please reload