1891 - 1899 | DE AANLEIDING

De inwoners van Meterik gaan naar de kerk in Horst en graag zou men in de eigen kern een kapel bouwen en een parochie stichten.
Als in 1891 de Sint-Jozefkerk in America en later in 1895 de Sint-Barbarakerk in Griendtsveen worden gebouwd met volle medewerking van de gemeente Horst en het bisdom, groeit in Meterik steeds harder de wens om ook een eigen kerk te stichten zodat men niet meer steeds naar Horst hoeft te gaan voor het bijwonen van de mis.

Een aantal vooraanstaande inwoners van Meterik besluit zich te verenigen en actief aan de slag te gaan. Er wordt een brief naar het gemeentebestuur gestuurd uit monde van de inwoners van Meterik, Schadijk, Rooth en een gedeelte van Middelijk, ondertekend door een groot aantal inwoners.

 

Men stuit echter steeds op verzet vanuit Horst, de deken daar ziet de Meterikse mensen niet graag uit zijn kerk weg gaan en de Horster middenstand vreest voor een stuk minder klandizie. Reden voor zowel het gemeentebestuur als de deken om het verzoek af te wijzen.

Als later in 1898 in Horst een ziekenhuis met eigen kapel en rector wordt opgericht, is voor de Meterikse mensen de maat vol. Na gesprekken met de secretaris van het bisdom, mgr. Van Meyel en in het bijzonder de bemoedigende woorden van vicaris-generaal mgr. Hoefnagels komt er weer hoop. Na een opgeroepen vergadering in de school richt men een voorlopig bestuur op om het beoogde doel te bereiken.

 

Uit naam van het voorlopig bestuur gaan Joh. Drabbels, P.J. Tacken en hoofd van de school P. van Tiel op uitnodiging naar de pastorie van deken Janssen in Horst. Daar krijgt men de voorwaarden van de bisschop gepresenteerd voor een eigen parochie, bestaande uit 3 punten:
1. Zelf te zorgen voor de bouw van een kapel

2. Zelf te zorgen voor de bouw van een rectoraat

3. Elk jaar 500 gulden bij te dragen voor het onderhoud van de rector

De deken voegde er nog aan toe: “Dat is bezwaarlijk, ge zult er de hele Meterik mee uit putten”. Waarop J. Drabbels antwoordde: “Dat is zeker bezwaarlijk, maar we zullen toch zorgen dat wij ermee klaarkomen”.

 

Waar America eerder 15.000 gulden subsidie had gekregen voor de bouw van hun kerk, kreeg Meterik bij de gemeente geen medewerking en dus moest men zelf voor de kosten opdraaien. Een rondgang in het dorp leverde 33.000 gulden op voor de bouw van rectoraat en de kapel. Men besluit jaarlijks een rondgang door het dorp te houden. Ook besluit men om niet meer te offeren met de collecte in de kerk in Horst of medewerking te verlenen aan welke andere collecte dan ook.

 

J.J.H. Jenniskes (Fleuren Driek), op dat moment directeur van de coöperatieve melkfabriek te Meterik, komt met het idee om een coöperatieve windmolen op te richten om met de winst daarvan de jaarlijkse kosten voor de rector te betalen. Om de bouwkosten te drukken besluit men een donormolen te kopen.                    Samen met molenbouwer Janssen uit Sevenum gaat Fleuren Driek kijken bij een in 1798 gebouwde poldermolen in Korteraar bij Ter Aar in Zuid-Holland. Deze molen is daar overbodig geworden en wordt gesloopt. Deze wordt aangekocht met het geld uit een renteloze lening (ƒ 6000,-) van Joh. Drabbels (Drabbels Hannes)

Foto niet van de donormolen maar van soortgelijke molen​

 

Later in dat jaar is het rectoraat klaar en men sticht daarin een coöperatieve winkel/kruidenierszaak. De beoogde molenaar Jan Kessel neemt daarin zijn intrek. De winkel wordt gedraaid door zijn twee dochters. De opbrengsten van de winkel worden gespaard om de bouw van kerk en molen te bekostigen

 

Het perceel grond waarop de kapel gebouwd gaat worden (een centrale plaats in het dorp) en ook het perceel waarop de molen gebouwd gaat worden (midden in het Meterikse veld zodat voldoende windvang is gegarandeerd) worden beschikbaar gesteld door Joh. Drabbels (Horsters Hannes).

 

Ondanks alle tegenwerking vanuit de gemeente en de deken zetten de Meterikse mensen alles op alles om samen hun wens te vervullen.

 

 

 

 

Share on Facebook
Share on Twitter
Please reload