1945


1 Februari 1945

De menschen van de Maaskant zijn nu negen weken hier. De krijgsverrichtingen hebben wel een weinig vorderingen. De Tommies zijn nog altijd hier. Het gejats met de wagens duurt nog altijd onverminderd voort. Op heden den 1e Februari vanuit de richting station Horst-Sevenum een trein hooren fluiten. Een geluid dat we in geen maanden meer gehoord hebben. Nader hebben we gehoord dat dit een trein is geweest met zand en steenen, bedoeld voor reparatiewerk. Deze treinen komen uit de richting Eindhoven en gaan ook niet verder als Horst-S.

Zaterdag 10 Februari 1945

De Engelschen hebben hun offensief vanaf Nijmegen in de richting naar Cleve D. ingezet en zouden nog slechts zes K.M. van deze stad verwijderd zijn. Dan denken wij, hoe zal het Oom Gerard te Cranenburg wel gesteld zijn.

De wegen zijn ongekend slecht. De winter is met veel regen afgegaan. De zware oorlogswagens rijden alles kapot. Zoo zelfs dat nieuwe inkwartiering is uitgebleven.

Aan de radio is gezegd dat Cleve in Engelschen handen is. Oom Gerard te Cranenburg zal ook weten hoe het hem en zijne familie vergaan is. Men zegt dat Cranenburg erg veel geleden heeft.

Zondag 11 Februari 1945

Vandaag is het vastenavondzondag. Het gewone veertig uren gebed kan wegens de slechte wegen niet doorgaan. Er is bijna niet droogvoets van hieruit in de noodkerk (Bondszaal) te komen.

Het bakken zal wel eenige dagen moeten rusten wegens gebrek aan steenkolen en meel. Ook raken de levensmiddelen op. Met een vracht van 500 KG. is er niet door te komen. Ook het metselwerk aan ons huis kan niet meer verder, we zitten zonder zand.

Onderhand hebben we in ons huis eenige vertrekken vrij. Namelijk onder de zitkamer, het klein kamertje, de keuken, onze slaapkamer en de kelder waar wel veel water in staat. Het grondwater staat zoo hoog dat het door de lichtkoker binnen komt. Het fornuis met pijp staat in de keuken en in de zitkamer hebben we een gewoon oude kachel geplaatst. Wegens de slechte kolen kunnen we den haard niet stoken. We moeten ons veel met turf behelpen. Eersdaags denken we toch voorgoed over te huizen.

De toewijzing van levensmiddelen is voor ons, die over voldoende groente kunnen beschikken, tamelijk voldoende. We krijgen ook wat toewijzing van petroleum. 1 Liter per week. Het zout is zeer schaars en dat is slim.

Donderdag 15 Februari 1945

Zijn we in ons huis gaan wonen. ’t Is nog wel niet klaar, maar het gaat toch. We voelen ons zeer gelukkig dat we weer thuis zijn. Soldaten hebben we er geen meer in. De wegen zijn onderhand weer bevaarbaar. De metselaar is ook weer begonnen. Dat er een nieuwe luifel moet komen is een groot werk. Vooral nu de bouwmaterialen zoo schaars zijn. In de week van 18 tot 25 Februari is er weinig bijzonders voorgevallen. De Engelschen vorderen nog altijd zeer langzaam. Well is nog nooit vrij. Venlo en Roermond ook nog niet. Hier aan de Meterik zijn nog weinig soldaten en dus ook geen druk verkeer meer met krijgswagens. De laatste week hebben we Americanen gehad. Goede ruwe kerels maar joviaal met de keuken. De omwonende menschen van de jongensschool varen er goed bij. Die hebben ook zuidvruchten zoals sinaasappels, pruimen en abrikozen. Vleesch en vet kunnen ze ook missen, en den afval van hun keuken is voor de varkens goed.

Benzine en petroleum hebben we den gehelen winter van de Engelschen moeten hebben, anders hadden we niets gehad. Het is juist het tegenovergestelde van de Duitsche soldaten. Die vraten ons geheel uit en de Engelschen hebben ons mee laten eten. De Engelschen bouwen mee op en de Duitschers hebben alles vernield en weggeroofd.

Zondag 4 Maart 1945

Gisteren kwam het bericht dat Venlo, Roermond en tusschenliggende plaatsen in Engelsche handen zijn. Vandaag vertellen ze dat de mannen, welke door de Duitschers destijds zijn weggevoerd, binnenkort er velen van weer thuis zullen komen. Ook wordt gezegd dat Piet Smulders (van den kleermaker) te Tegelen op een mijn is geloopen en zal een voet kwijt zijn.

De Engelschen en Americanen rukken nu verder Duitschland in en moeten reeds vlak bij den Rijn genaderd zijn.

Het gemeentearchief Horst vermeldt op 1 maart 1945:

De 31-jarige P.B.J. Smulders, wonende te Meterik (M127) liep in Belfeld op een mijn. Hij verloor daarbij zijn linkerbeen, terwijl het rechterbeen werd verbrijzeld.

Op 5 maart vermeldt het gemeentearchief dat de gemeente een aantal inwoners in dienst heeft genomen om ingesloten N.S.B.-ers te bewaken. Uit Meterik zijn dat: J.M. van der Lugt en M.M.P. Hofmans

Zondag 11 Maart 1945

De eerste jongens welke als slavenarbeiders naar Duitschland werden weggevoerd komen nu terug. Ze zijn geen van deze over den Rijn geweest. Door de Engelschen en Americanen bevrijd. Onderhand zijn ze al doorgedrongen tot Keulen en Bonn en de gehele Rijnprovincie is in Engelsche handen.

12 Maart komt Bernhard Tacken terug en ook Jean Vennekens en Piet Litjens van de Lorbaan. Zoo komen er al meer terug. De menschen van Lottum en andere dorpen aan dezen kant van de Maas mogen weer terug. Ze bevinden tot hun grooten schrik dat de Tommies ook op vele plaatsen leelijk hebben huisgehouden. In deze streken is wel niet gevochten, maar eerst zijn ze door de Duitschers uitgestroopt en wat er later nog over was door de Engelschen gestolen.

Zondag 18 Maart 1945

Vandaag geen bijzonder nieuws. Wel gaan er veel zware bommenwerpers en vliegtuigen zowel ’s nachts als overdag naar Duitschland. De Gazet van Limburg schrijft wel Duitschland staan aan den rand om te bezwijken maar ze zijn nog taai. Vandaag is Piet uit Heythuizen hier geweest. Daar maken ze het allen heel goed. Zoo hebben we ons wel en wee eens tegenover elkaar kunnen bepraten. Echter geen grote bijzonderheden. Hij bracht ons zout mee vanuit Maastricht van Bertha, dat hier zoo schaars is.

In het boek 'Vergaete dudde dát noëjts miër' van april 1985 (H. Hesen en Th. Janssen) waarin een lijst staat van gedeporteerde Horstenaren (blz. 44 en 45).

staat dat Jan Th. B. (Bernard) Tacken (die op 12 maart terugkwam) op 21 december werd opgepakt. Leo Tacken uit Milsbeek (de zoon van Bernard Tacken) bericht dat deze informatie niet kan kloppen.

Hij schrijft hierover: “Leonard Tacken (den alden Bekker) schrijft in zijn dagboek dat Bernard Tacken op zondag 15 oktober bij de voordeur is opgepakt, terwijl hij op weg was naar de hoogmis. Dit was nota bene vlak bij de kerk.

Op die zondagmorgen zijn op precies dezelfde manier meerdere mensen opgepakt o.a ook de in het dagboek genoemde Martinus Hesen (bijnaam Jochemen Tinus). Die woonde toen in het huis aan het "kerkhofpedje".

Dat is dus de juiste datum dat onze vader is opgepakt en dat is ook het verhaal zoals wij het altijd hebben gehoord. Toen wij zijn geëvacueerd naar Horst, naar ‘t Groenewold (toen een grote boerderij) was hij al in Duitsland.

De in de bijlage genoemde datum 21-12-1944 kan ook niet kloppen omdat toen de Duitsers al weer weg waren en de ‘Tommies’ in Meterik waren; die hebben zeker geen mensen opgepakt. Het is mij niet duidelijk hoe deze datum in de officiële stukken terecht is gekomen, dat moet een administratieve fout zijn.

Tussen de papieren van mijn vader vond ik, op oud papier, een dagboekje van mijn vader, handgeschreven en moeilijk leesbaar. Het begint op dinsdag 17 oktober met het verhaal dat ze met de trein vanuit Venlo naar Wesel in Duitsland zijn vervoerd. Hiermee staat dus vast dat hij op zondag 15 oktober is opgepakt. Het dagboekje gaat door tot 10 maart 1945”.

Zaterdag 24 Maart 1945

Vandaag hebben we ons huis dicht gekregen. ’t Is nog wel overal geen glas, het gaat nu toch weer. Ook is de voordeur er weer aan. We zijn heel blij dat het weer zover is. We verwachten de stukadoor maar spoedig.

‘De Noord-Limburg’ (de voorloper van ‘De Echo van Horst’) vermeldt op 24 maart 1945 dat er door de P.B.H. Horst (Plaatselijke Bureauhouder [van de voedselcommissaris] ) een districtscommissie is ingesteld om schadeobjecten te registreren. In deze commissie hebben uit Meterik J. Jenniskens (M11a) en M. Versleijen (M49) zitting.

Verder is het volgende verzoek in ‘De Noord-Limburg’ geplaatst:

Een vriendelijk verzoek aan allen die nog iets in bezit hebben van het klooster of de school te Meterik, dit zo spoedig mogelijk te willen terugbezorgen of het ons te laten weten dat we het kunnen terughalen , o.a. een groot zwart fornuis, een schrijfbureau, een 2-persoons ledikant met ressort en veren bed…..enz.

Met vriendelijk dank voor het bewaren.

Omgekeerd zijn hier ook voorwerpen die het eigendom zijn van andere mensen.

Men kome maar eens kijken.

ZUSTERS METERIK

Donderdag 29 maart 1945

is hier in de buurt een groot ongeluk gebeurd met een zoogenaamde mijn. De zoon van Peeters had een soort lamp of lucht gevonden en met spelen hiermede binnenshuis of laten vallen ontplofte dat ding met eenen geweldigen knal, met de gevolgen dat de moeder heel ernstig gewond werd aan den enkel. De dochter Cato onder aan den voet dat deze geheel verbrijzeld is en de zoon Jan, zeven jaar oud, die met die mijn gespeeld heeft, letterlijk vermorzeld. Alweer voor de zooveelste maal een ongeluk met die mijnen. Zoo hebben al heel wat menschen het leven moeten laten.

Donderdag 5 april 1945

zijn er weer twee jongens uit Duitschland terug gekeerd, nl. Jan Reijnders en Leonard Keijsers, beide van de Schadijk.

In ‘Oud Horst in het nieuws’ deel 6 lezen we:

Een dode en twee zwaargewonden, dat is de trieste balans van een ontploffing in de woning van de familie Peeters te Meterik (achter de school , M31).

De explosie deed zich voor toen de 7-jarige zoon Johan P.C. in de keuken een booby-trap liet vallen, die hij eerder had gevonden toen hij onderweg was om het dagelijkse afval bij een stelling van Engelse soldaten op te halen. De jongen veronderstelde dat het een nog bruikbare carbidlamp was en liet die enthousiast aan zijn moeder zien, die samen met haar oudste dochter in de keuken bezig was. Zoals gezegd liet hij echter het projectiel vallen. Het spatte uit elkaar in vele scherven, die alles tot een hoogte van een meter vernietigden. Jan werd daardoor ernstig verminkt en was op slag dood. Zijn moeder en zijn zus Cato raakten ernstig gewond aan hun benen en werden in het ziekenhuis opgenomen. Cato zal waarschijnlijk zelfs haar rechtervoet moeten missen. Het jongere zusje Mientje was even te voren in haar wiegje buiten in de frisse lucht gezet en bleef daardoor ongedeerd.

Zaterdag 14 April 1945

hebben we weer voor het eerst electrischen stroom gehad. Alleen nog maar licht. Daags daarna is onzen bakker Gerard Albers naar zijn huis te Well geweest. Daar was heel veel verwoest, heel wat erger dan bij ons hier.

Zondag 22 April 1945

Deze week zijn er weer vier jongens uit Duitschland terug gekeerd. Ook van de Schadijk. Twee zoons van Peeters en twee zoons van Jac Hermans. In de week weer vijf van de Schadijk n.l. Gerard Keijsers, Piet Ambrosius, Toon en Martin Steeghs en een knecht van Muijzers – Kleuskens. Ook zagen we weer eenige stuks vee uit het zuiden terugkomen en ook enkele paarden.

Zondag 6 Mei 1945

Na verschrikkelijke jaren is het weer eens eindelijk kermis. Een ongekende drukte aan taarten, rolkoeken, vla’s. De menschen willen hun ellende weer eens opzij zetten. Van donderdagmorgen tot zaterdag laat met dag- en nachtploeg doorgewerkt. Vooral de werkman kan zich veel permitteren. In de oorlogsjaren is er eenen anderen geest in de menschen gekomen. Hooge loonen, weinig werken en vele vrije dagen. In het landbouwbedrijf en ook voor andere werken is geen personeel te krijgen. Het ziet er voor de toekomst bedenkelijk uit. Deze week zijn er alweer jongens uit Duitschland terug gekomen. We hopen dat ze nog allen in leven zullen zijn.

Zondag 13 Mei 1945

In de afgelopen week is dan het groote gebeurd, namelijk de capitulatie van Duitschland. Het leger heeft zich onvoorwaardelijk aan de geallieerden overgegeven. Dus wij zijn God zij dank weer vrij en hopen maar dat het nooit geen oorlog mag geven. Op een paar na zijn nu alle jongens van hier weer terug. Achter zijn nog Bert van Rengs, Kemmelings en een zoon van Peter Madou. In de Horster bode lezen we dat er nog verschillende van de destijds geroofde kerkklokken ongeschonden zullen terugkeeren. We hopen maar dat het waar is. Op deze manier heeft de Pruis ze nog beschermd. Waren ze in de toren blijven hangen dan was er zeker niet veel meer van overgebleven. Het is nu in zooverre vrede, maar wanneer de menschen niet tot God en den arbeid terugkeren zal het geen vrede blijven. We moge de Voorzienigheid wel danken dat wij zoo op bijzondere wijze zijn gespaard gebleven.

In ‘Noord-Limburg’ (de ‘Horster bode’, voorloper van de Echo van Horst) staat op 12 mei een artikel met als titiel: ‘Onze klokken weer terecht’.

‘Een dezer dagen vernamen wij dat alle klokken van de gemeente Horst weer volledig intact waren teruggevonden’.

Daaronder volgt een opsomming van de kerken, de klokken en de plaats waar de klok zich bevindt.

Meterik:

257 kg te Hamburg

369 kg te Hamburg

740 kg te Hamburg

Maandag 4 juni 1945

De laatste jongens uit onze Parochie zijn gelukkig weer terug, n.l. Gerard Hermans, schilder, Bert van Rengs, Kemmelings en Madou. God zij dank.

Hier eindigt het dagboek. Door het opschrijven van de dagelijkse gang van zaken heeft Leonard Tacken ons inzage gegeven in hoe de oorlogsperiode van 14 september 1944 t/m 4 juni 1945 in Meterik en omgeving verlopen is en hoe de mensen dit hebben beleefd.


34 keer bekeken

Recente blogposts

Alles weergeven

1936

Toen zoon Jan in 1936 trouwde met Hendrika Houben (Mina), droeg Leonard Tacken de zaak aan hem over. De bedrijfsnaam veranderde van Tacken – Vos in Tacken – Houben. Leonard Tacken en zijn vrouw bouwde